Wanneer overgewicht?

  •  Er kan gekeken worden naar de BMI score (Body Mass Index). De BMI wordt bepaald door het gewicht te delen door de lengte:  Gewicht/(Lengte) in het kwadraat. Personen met een BMI tussen de 19 en 22 leven in het algemeen het langst.
  •  Ook kan via de buikomtrek worden bepaald of iemand overgewicht heeft. Vooral buikvet vormt een extra risico op het ontstaan van diabetes en hart- en vaatziekten. Mannen met een buikomvang boven de 100 en vrouwen met een buikomvang boven de 90 lopen een sterk verhoogd risico op hartziekten.
  •  Via bepaalde apparatuur kan men bekijken wat het vetpercentage is. Zo zijn er weegschalen in omloop die deze functie hebben.

Er is sprake van overgewicht wanneer een van deze drie indicatoren positief is.

Er zijn verschillende voedingsaanpassingen mogelijk om het gewicht te reguleren.

Zo kan er gekeken worden naar het calorieverbruik. Krijgt iemand teveel of juist te weinig caloriën binnen? Daarnaast kan er gekeken worden naar de macronutriënten, dus de vetten, de koolhydraten en de eiwitten. Sommige macronutriënten geven namelijk een groter verzadingsgevoel dan andere nutriënten. Ook zijn er diverse voedingssupplementen die actief kunnen bijdragen aan het afslanken doordat ze de stofwisseling versnellen en de produktie van warmte verhogen. De voedingssupplementen zijn echter een hulpmiddel en dienen niet ter vervanging van maaltijden te worden gebruikt.

Afvalprogramma

In een intake van twee uur wordt bepaald waar de knelpunten liggen. Waarom is iemand tot op heden niet afgevallen? Als iemand wel is afgevallen, waarom heeft hij of zij het gewicht dan niet kunnen handhaven? Samen wordt gekeken naar de beste vorm van begeleiding en ondersteuning.  Uit diverse onderzoeken is gebleken dat mensen die willen afvallen betere resultaten boeken wanneer zij intensief begeleid worden. Deze begeleiding bestaat bij De Natuurlijke Heelweg uit begeleiding via E-mail of telefonische coaching. Naast deze contacten komt men een keer per maand terug om het gewicht te laten meten, de BMI te laten bepalen en te kijken naar het vetpercentage.